Luc Stevens op het Helen Parkhurst

Luc Stevens is geboren in 1941. Hij is vanaf 1968 tot 1975 wetenschappelijk hoofdmedewerker aan de universiteit in Nijmegen (nu het UMC Radboud). Hij promoveert in 1975 met een “empirisch-analytisch onderzoek naar de effecten van de overgangsklas, een speciale klas voor kleuters met leerachterstanden” en is vervolgens tot 1981 rector aan de Universiteit Utrecht. In diezelfde periode is hij ook docent pedagogiek in Tilburg. Van 1981 tot 2002 is hij leraar orthopedagogiek (voornamelijk leerstoornissen) aan de Universiteit Utrecht. Vanaf 1994 staat hij ook bekend om zijn onderzoek omtrent het adaptief onderwijs. In 2003 is hij even voorzitter van de visitatiecommissie PABO’s waarna hij de NIVOZ (Nederlands Instituut voor Onderwijs en Opvoedingszaken) opricht. Hij is momenteel directeur van NIVOZ.

Op verzoek van één van de afdelingsleiders heeft Luc Stevens op een studiemiddag van het Helen Parkhurst een interessante

luc-stevens

lezing gegeven. Volgens Stevens komt de sfeer in de klas overeen met de basisbehoeften die de motivatiepsychologie heeft geformuleerd en een leidraad vormen in het recent afgesloten project Schoolethos: relatie, competentie en autonomie. Wat natuurlijk nauw aansluit bij de daltonprincipes van het Helen Parkhurst.

Luc Stevens begint zijn opening met het bedanken voor de uitnodiging en de vleiende woorden die daarbij gepaard gingen. Daarna vertelt hij ons dat hij het met ons wil hebben over het boek Finnish lessons van Pasi Sahlberg en zijn eigen onderzoek en boek Pedagogische tact. Hij nam ons mee terug de Nederlandse geschiedenis in. Nederland als land dat altijd in gevecht is geweest met de grote mogendheden in Europa, heeft qua onderwijsbeleid de rug gekeerd naar de Europese systemen en kijkt juist naar het onderwijsbeleid dat overzees wordt gebruikt. Een onderwijsbeleid dat gericht is op data (harde cijfers) en vergeten is, dat het onderwijs draait om de leerlingen en de docenten.  In Finland daarentegen draait het onderwijssysteem om equality  en coöperation. Equality slaat hier op “elke leerling de zelfde kansen”, iets wat wij in Nederland ook kennen, maar er een totaal andere invulling aan geven. Hier bedoelen wij dat elk kind dezelfde recht op scholing heeft, in Finland bedoelt men met equality, dat elke leerling het recht heeft onderwijs op zijn haar niveau en tempo, dus elke leerling een aangepast onderwijsprogramma. Het Finse onderwijs heeft het samenwerken (coöperation)van docenten hoog aangeschreven en vindt dit van primordiaal belang voor het onderwijs. Finse docenten hebben dus zeker één uur per dag om samen te werken, aan leerlijnen, aan programma’s schrijven en leerling besprekingen. Luc Stevens wees ons erop dat hier in Nederland de leerling als persoon weinig aandacht krijgt, onze docenten worden immers opgeleid om aan een klas les te geven. Hier haalde hij ook het leren van de moedertaal aan. Een kind dat langzamerhand leert spreken, met zijn ouders als rolmodel. Een ouder geeft nooit instructies, maar bemoedigt, verbetert door het op de juiste manier te herhalen en praat veel tegen het kind. Toch leert elk kind zonder problemen de moedertaal spreken, dit omdat er een relatie van vertrouwen is en de situatie betekenisvol. Hij stelt dat klassikale instructie niet werkt, leerlingen leren het best in betekenisvolle situaties. Nu is het natuurlijk onmogelijk hier in Nederland het Finse schoolsysteem over te nemen, maar als we nu eens bij onszelf beginnen? Arend Landman zeven leerpunten geformuleerd, die volgens hem ook in het Nederlandse onderwijssysteem zouden passen. Op zijn site vind je ook een youtube filmpje van Pasi Sahlberg, de schrijver van het boek.

Hierna begon Luc Stevens over zijn nieuwste onderzoek “Pedagogische tact”. Eerst legt hij uit wat Pedagogische tact precies inhoud. Hij stelt dat het  omgaan met leerlingen op school een aaneenschakeling van pedagogische ogenblikken is. Momenten waarin de leraar in een split second moet weten wat te doen of juist níet te doen. Daarbij te lang stil staan kan niet. In de interactie tussen leerkrachten en leerlingen komt het aan op iets wezenlijks, iets bijzonders, iets dat zich bijna niet laat omschrijven. Het fenomeen waarin zichtbaar en voelbaar is dat de leerkracht op het goede moment de goede dingen doet en zegt, óók in de ogen van de kinderen, noemen we Pedagogische Tact. Tact leer je niet in een cursus of een methode, maar is een gevolg van persoonlijke ontwikkeling en een bijpassende open houding. Tact kan soms slecht uit een schouderklopje bestaan, of juist dat een docent op dat moment beslist om even helemaal niets te doen. Een mooie quote uit het introductieboekje van Luc Stevens vind ik wel: “We kunnen stellen dat pedagogische tact een tweeledig begrip is: enerzijds zijn er die creatieve, verrassende, bijna “magische” momenten die zich vrijwel alleen in de anekdotische verhalen laten vangen. Anderzijds kan een docent alleen maar tot die momenten komen, wanneer hij in een groter perspectief werkt aan een cultuur van vertrouwen, waarin iedere leerling zich gekend weet en waarin de docent zichzelf als persoon mee de klas in neemt.”. Al met al een inspirerende lezing, motiverend en inspirerend!